Godsdienst/ Levensovertuiging

> De gelijkebehandelingswetgeving
> Eisen stellen aan kleding, uiterlijke kenmerken en gedrag
> Organisaties met een godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag
> Advies inzake gewetensbezwaarde trouwambtenaar
> Oordelen ‘godsdienst/levensovertuiging’ van het College voor de Rechten van de Mens

De gelijkebehandelingswetgeving
In Nederland gelden regels die zeggen dat gelijke gevallen gelijk behandeld behoren te worden. Helaas gebeurt dat niet altijd. Mensen worden nog steeds uitgesloten of achtergesteld op basis van irrelevante kenmerken. Dit gebeurt onder andere bij de arbeid.

Om uitsluiting tegen te gaan, is in 1994 de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) in werking getreden. Met de AWGB worden twee belangrijke doelen nagestreefd:

  • dat ongelijke behandeling van mensen wordt voorkomen
  • dat mensen niet worden uitgesloten, bijvoorbeeld van werk

De gelijkebehandelingswetgeving bevat regels die kandidaten o.a. beschermen tegen discriminatie op grond van godsdienst en levensbeschouwing.

Mensen kunnen uitdrukking geven aan hun godsdienst of levensovertuiging door middel van kleding, uiterlijk en gedrag. Voorbeelden daarvan zijn:

  • hoofddoeken
  • keppeltjes
  • baardgroei
  • een sollicitant die weigert personen van het andere geslacht een hand te geven

Een sollicitant afwijzen op basis van deze kenmerken is in principe verboden.

Naar boven

Eisen stellen aan kleding, uiterlijke kenmerken en gedrag
Het is mogelijk dat u eisen wilt stellen die verband kunnen houden met de discriminatiegronden godsdienst en levensbeschouwing. Dergelijke eisen kunnen betrekking hebben op:

Het is toegestaan om eisen te stellen aan kleding, uiterlijke kenmerken en gedrag van sollicitanten. Deze eisen moeten dan wel functioneel zijn en niet leiden tot discriminatie. U kunt bijvoorbeeld niet eisen dat een sollicitant, die om religieuze redenen een baard draagt, deze afknipt. Wel kunt u eisen dat de baard er verzorgt uitziet. 

Let er ook op dat de wensen van uw klanten of opdrachtgevers geen reden mag zijn om een sollicitant af te wijzen.

Hoofddoek
Het is in principe niet toegestaan om een hoofddoek te verbieden. In oordeel 2013-28 oordeelt het College voor de Rechten van de Mens dat een gerechtsdeurwaarder verboden onderscheid maakt door een medewerkster niet toe te staan een hoofddoek te dragen. De werkgever voert aan dat zijn medewerkers er neutraal en representatief uit moeten zien, omdat zij overheidsgezag uitoefenen. Hierbij oordeelt het College dat het belang van de werkgever dat al zijn werknemers een neutrale uitstraling hebben minder zwaar weegt dan het nadeel dat een medewerker omdat zij haar hoofddoek niet mag dragen.

Als u bedrijfskleding gebruikt kunt u een hoofddoek in dezelfde stijl laten maken. De werkneemster is dan verplicht om deze tijdens de werkzaamheden te dragen.

Meer informatie over de hoofddoek.

Handen schudden
Bepaalde gedragingen kunnen uitingen van godsdienst of levensovertuiging zijn. Bijvoorbeeld een sollicitant die weigert personen van het andere geslacht een hand te geven. U kunt de sollicitant dan niet zomaar op basis hiervan afwijzen. U kunt de sollicitant alleen afwijzen als u eerst nagaat:

  • of de eis die u wilt stellen voor de functie relevant is. Handen schudden is voor een medewerker aan een lopende band minder relevant dan voor een directeur die regelmatig in situaties terechtkomt waarbij handen schudden de norm is.
  • of er voor de sollicitant alternatieve vormen van begroeting mogelijk zijn om respectvol te begroeten zonder onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen.

De sollicitant moet wel bereid zijn om mee te werken aan een alternatieve vorm van begroeting. Anders zal een beroep op vrijheid van godsdienst niet slagen en is het toegestaan dat u hem of haar afwijst. Een voorbeeld hiervan is oordeel 2007-180. De sollicitant wilde vrouwen geen hand geven en was ook niet bereid om naar oplossingen te zoeken en met alternatieven te komen. De Commissie heeft geoordeeld dat dit een goede reden was om de sollicitant niet in dienst te nemen. 

Naar boven

Organisaties met een godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag
Er zijn verschillende organisaties die zijn gebaseerd op een godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag. Deze organisaties vragen van hun (toekomstige) medewerkers vaak dat zij de overtuiging van de organisatie delen. Deze grondslag van een organisatie kan een reden zijn om aan nieuwe kandidaten functie-eisen te stellen die gerelateerd zijn aan de grondslag. Zulke eisen kunnen zijn:

  • dat kandidaten de grondslag van de organisatie passief tolereren
  • dat kandidaten de grondslag van de organisatie onderschrijven
  • dat kandidaten bereid is de grondslag van de organisatie actief uit te dragen

Instellingen met een godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag zijn bijvoorbeeld bijzonder onderwijs instellingen. Dit zijn scholen die door particulieren zijn opgericht en op basis van de grondslag eisen mogen stellen die verband houden met de godsdienst. 

Ook instellingen voor openbaar onderwijs mogen van hun personeel vragen de grondslag van de school onderschrijven. Een openbare school mag van zijn docenten vragen dat zij:

  • zich in hun lessen en uitingen onpartijdig opstellen ten aanzien van de godsdienstige/ levenbeschouwelijke overtuiging van collega’s en leerlingen
  • het uitdragen van hun geloofsovertuiging achterwege laten als dat het openbare karakter van het onderwijs zou aantasten

Voorwaarden waaraan grondslag gebonden functie-eisen moeten voldoen

Naar boven

Advies inzake gewetensbezwaarde trouwambtenaar
Dit advies (2008/04) is bedoeld om gemeenten een richtsnoer te bieden voor gevallen waarin ambtenaren bezwaren hebben tegen het sluiten van een huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht.

De kern van het advies is:

  • de gemeente is verplicht de wet uit te voeren en zich van discriminatie naar seksuele voorkeur onthouden
  • de gemeente moet erop toezien dat haar ambtenaren zich in de uitoefening van hun functie deze verplichtingen eigen maken

Het uitgangspunt is dat iedere ambtenaar gehouden is de wet uit te voeren en niet mag discrimineren. De buitengewoon ambtenaar is verplicht alle huwelijken te voltrekken. Dus ook die van paren van gelijk geslacht. Bij de ‘gewone’ ambtenaar kan uitsluitend rekening worden gehouden met gewetensbezwaren als is voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • de ambtenaar sluit geen huwelijken, maar verricht andere werkzaamheden
  • de gemeente waarborgt organisatorisch dat alle personen die aan de wettelijke eisen voldoen bij de betreffende gemeente in het huwelijk kunnen treden, ook personen van gelijk geslacht
  • de gemeente ziet erop toe dat er geen gemeentelijke berichten naar buiten gaan waarin blijk wordt gegeven van de discriminatoire voorkeuren van ambtenaren

Naar boven

Oordelen ‘godsdienst/levensovertuiging’ van het College voor de Rechten van de Mens
Het College voor de Rechten van de Mens heeft verschillende oordelen uitgesproken over ongelijke behandeling op grond van godsdienst/levensovertuiging:

  • 2013-71: De gemeente Zoetermeer discrimineert door een uitzendkracht te ontslaan vanwege spanningen op de werkvloer omdat hij vrouwen de hand niet wil schudden. Ook heeft de gemeente de klacht van de uitzendkracht niet voortvarend behandeld.
  • 2013-63: De Ruwenberg discrimineert op grond van geslacht door bij de werving en selectie voor de functie van Assistent Manager te vragen om een man.
  • 2013-53: Media Markt The Corner discrimineert door tegenover een promotiemedewerkster bezwaar te maken tegen het dragen van een hoofddoek.
  • 2013-36: Stichting Voor Christelijk Onderwijs discrimineert niet op grond van godsdienst door kerkelijk meelevend zijn als functie-eis te stellen.
  • 2012-177: Een beveiligingsbedrijf, discrimineert door een joodse jongen geen stageplaats te bieden omdat hij niet op de zaterdag (Sjabbat) kan werken en hij hiermee niet voldoet aan de eis van het bedrijf van 24/7 beschikbaar zijn.

Meer oordelen over dit thema en andere thema's.

Naar boven

Vragen?

Bel voor vragen op werkdagen van 10.00-16.00 uur naar
030 - 888 3 888